U heeft de stap gezet om medische hulp te zoeken vanwege het uitblijven van een zwangerschap. Dat is geen eenvoudige beslissing. Misschien heeft u geworsteld met onzekerheden, twijfels over het juiste moment, angst voor wat u te wachten staat, of zorgen over hoe dit te combineren valt met uw dagelijkse leven. Al deze gevoelens zijn begrijpelijk.
Voor veel stellen is de huisarts het eerste aanspreekpunt. Het is waardevol om deze als vertrouwenspersoon te betrekken bij de eerste stappen. Goede en heldere informatie kan veel invloed hebben op hoe u het traject ervaart. Vraag uw arts gerust naar uitleg en houd in gedachten dat ú samen met uw partner bepaalt hoe ver u wilt gaan in dit traject. Het kan voorkomen dat uw grenzen verschuiven gaandeweg – weet dan dat deze keuzes in uw eigen handen liggen.
Wat houdt een fertiliteitsonderzoek in?
In dit deel leggen we uit wat u kunt verwachten van het zogenoemde oriënterend fertiliteitsonderzoek (OFO). Het doel van dit onderzoek is om te achterhalen welke factoren het ontstaan van een zwangerschap mogelijk belemmeren. Aan de hand van de uitkomsten wordt een behandeladvies of -plan opgesteld.
Let wel: de precieze invulling van het OFO kan per arts of ziekenhuis verschillen. Niet elk onderzoek volgt exact dezelfde volgorde of bevat precies dezelfde onderdelen.
Soms blijkt uit het onderzoek dat er geen afwijkingen te vinden zijn. In dat geval spreken we van “onbegrepen subfertiliteit” of idiopathische infertiliteit. Dat kan gemengde gevoelens oproepen – aan de ene kant teleurstelling omdat er geen concrete oorzaak wordt gevonden, aan de andere kant opluchting dat er geen ernstige problemen zijn vastgesteld. In veel van deze gevallen komt er alsnog spontaan een zwangerschap tot stand.
De vier onderdelen van een oriënterend fertiliteitsonderzoek
Het OFO bestaat meestal uit de volgende onderdelen:
-
Anamnese – Het gesprek
Een uitgebreid gesprek met de arts vormt de basis. Hierbij worden medische voorgeschiedenis, menstruatiepatroon, leefstijl, eerdere zwangerschappen en eventuele klachten besproken. Ook het seksueel functioneren en frequentie van gemeenschap kunnen aan bod komen. Dit vormt de start van een persoonlijk en doelgericht traject.
-
Onderzoek bij de vrouw
Bij de vrouw wordt gekeken naar onder meer:
- De regelmaat van de menstruatie (cyclusmonitoring)
- Hormoonwaarden via bloedonderzoek
- Echoscopie van de baarmoeder en eierstokken
- Eventueel een onderzoek naar de doorgankelijkheid van de eileiders (HSG of SIS)
-
Onderzoek bij de man
Voor de man bestaat het onderzoek doorgaans uit een zaadanalyse. Daarbij wordt gekeken naar:
- De hoeveelheid zaadcellen
- De beweeglijkheid en vorm van de zaadcellen
- Eventueel hormonale of aanvullende onderzoeken indien nodig
-
Gezamenlijk overleg
Soms wordt ook een gezamenlijk gesprek gevoerd om psychologische of relationele factoren te bespreken, zeker als het traject al langer loopt of extra spanning met zich meebrengt. Een goede onderlinge communicatie en gedeelde besluitvorming zijn belangrijk voor een gezond verloop van het traject.

